Val je met je bedrijf niet onder een verplicht bedrijfstakpensioenfonds, dan regel je het pensioen voor je mensen zelf. Dat klinkt als een papierwinkel, maar een moderne regeling zet je tegenwoordig grotendeels digitaal op. De eerste stap is uitzoeken wat voor jouw bedrijf geldt; daarna kies je een regeling die past bij je team.
Controleer eerst of een pensioenfonds verplicht is
Voor veel bedrijven in de bouw en techniek geldt een verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds. Of dat voor jou opgaat, hangt af van je werkzaamheden en de cao waaronder je valt. Een timmerbedrijf valt bijvoorbeeld vaak onder een ander fonds dan een installatiebedrijf, en een klusbedrijf met gemengde werkzaamheden zit nogal eens in een grijs gebied.
Zoek dit uit voordat je iets anders regelt. Sluit je je ten onrechte niet aan bij een verplicht fonds, dan kan het fonds de premies met terugwerkende kracht opeisen. Dat kan over meerdere jaren flink oplopen. Twijfel je, dan is een toets door een pensioenadviseur verstandig. Die legt je werkzaamheden naast de verplichtstellingen, de besluiten waarin staat welke bedrijven onder welk fonds vallen.
Geen verplicht fonds? Dan is pensioen een troef op de arbeidsmarkt
Blijkt er geen verplichting te gelden, dan kies je zelf of en hoe je pensioen aanbiedt. Het loont om dat wél te doen, want goede vakmensen zijn schaars. Een monteur of timmerman die bij jou geen pensioen opbouwt en bij de concurrent wel, rekent dat verschil mee bij zijn keuze.
Pensioen is bovendien uitgesteld loon. Een werknemer die jaren voor je bouwt zonder opbouw, merkt dat vaak pas als het lastig in te halen is. Als werkgever die dat wél regelt, laat je zien dat je verder kijkt dan de volgende klus. Dat betaalt zich terug in loyaliteit en in hoe makkelijk je nieuwe mensen aantrekt.
Zo ziet een moderne pensioenregeling eruit
De meeste nieuwe regelingen zijn beschikbare premieregelingen. Jij legt als werkgever een premie in en dat bedrag wordt per werknemer belegd voor later. Onder de nieuwe pensioenwet (Wtp) is dit de standaard geworden. Het voordeel voor jou is voorspelbaarheid, want je weet precies wat je per maand kwijt bent.
Wil je pensioen regelen voor werknemers, dan bepaal je eerst de inleg. Dat kan een percentage van het salaris zijn of een vast bedrag, eventueel verschillend per team of contractvorm. Sommige werkgevers kiezen voor matching, waarbij de werknemer zelf iets inlegt en jij dat tot een maximum verdubbelt. Zo beloon je wie zelf meedoet.
Digitaal opzetten in plaats van stapels formulieren
Pensioen regelen betekende lang een papieren traject met maanden doorlooptijd. Er zijn inmiddels aanbieders die dit via een app en een online portaal laten lopen. Zulke aanbieders staan onder toezicht van de AFM en DNB. Een Nederlands voorbeeld daarvan is Vive, waar ieder personeelslid een eigen rekening met keuzevrijheid krijgt en jij via een werkgeversportaal de inleg en het aan- en afmelden van teamleden beheert.
Zo'n digitale opzet scheelt vooral gedoe bij verloop. In de bouw komen en gaan mensen, en met een digitaal portaal meld je een nieuwe kracht aan zonder opnieuw een heel traject te doorlopen. Vertrekt iemand, dan neemt diegene het opgebouwde tegoed gewoon mee.
Werk je zonder personeel? Regel het dan voor jezelf
Veel vakmensen in de bouw werken als zzp'er en bouwen vaak geen pensioen op. Ook dan kun je fiscaal voordelig pensioen opbouwen via je jaarruimte: het bedrag dat je jaarlijks belastingvriendelijk opzij mag zetten voor later. Je inleg trek je af van je inkomen, waardoor je in dat jaar minder belasting betaalt.
Begin met deze drie stappen
Zet vandaag de eerste stap en zoek uit of een bedrijfstakpensioenfonds voor jouw werkzaamheden verplicht is. Is dat niet zo, bepaal dan je budget per werknemer per maand, zodat je weet waar je offertes op vergelijkt. Vraag daarna bij een of twee aanbieders een voorstel op. Een pensioenregeling opzetten hoeft geen maandenproject meer te zijn, en je team ziet het verschil op elke loonstrook.


