Een dak isoleren aan de binnenkant is vaak de meest praktische oplossing als je geen toegang hebt tot de buitenkant van het dak, of als dat te duur of te ingrijpend is. Je brengt de isolatie dan tussen of onder de dakspanten aan, direct vanuit de zolderruimte. Dat doe je met kant-en-klare isolatieplaten of met gespoten isolatieschuim, en het is in veel gevallen prima zelf te doen.
Wanneer isoleren van de binnenkant logisch is
Isoleren aan de binnenzijde van het dak is een goede keuze als je de zolder wilt gebruiken als woonruimte en het dak van buiten niet toch al wordt aangepakt, bijvoorbeeld bij een dakrenovatie. Heb je plannen voor een nieuwe dakbedekking, dan is isoleren aan de buitenkant bijna altijd goedkoper in combinatie. Maar als het dak goed is en je gewoon de warmte beter wilt vasthouden, is de binnenzijde de makkelijkste route.
Het is ook verstandig te isoleren aan de binnenkant als je woning een schuin dak heeft met zichtbare dakspanten aan de binnenzijde. Juist daar liggen de meeste kansen, omdat je de ruimte tussen die spanten al kunt benutten zonder extra constructiewerk.
Methoden voor het isoleren van de binnenkant van het dak
Er zijn twee veelgebruikte manieren om een schuin dak van binnenuit te isoleren. De keuze hangt af van je budget, de dikte van de dakspanten en hoeveel ruimte je wilt overhouden.
- Isolatieplaten met dampremmende folie: Dit zijn kant-en-klare platen, vaak van PIR of EPS, die je op maat zaagt en tussen of onder de dakspanten plaatst. Veel varianten zijn al voorzien van een dampremmende folie, zodat je die niet apart hoeft aan te brengen. Dat scheelt werk en verkleint de kans op fouten.
- Gespoten PUR-schuim: Dit wordt door een vakman ingeblazen of gespoten in de ruimte tussen de dakspanten. Het vult alle kieren op en heeft een hoge isolatiewaarde, maar je kunt het niet zelf doen en de kosten liggen hoger. Bovendien is het nadeel dat het dak daarna vrijwel niet meer te inspecteren is.
Voor de doe-het-zelver zijn isolatieplaten de meest toegankelijke optie. Ze zijn verkrijgbaar bij bouwmarkten en isolatiegroothandels en vereisen geen bijzonder gereedschap, alleen een zaag, een meetlint en bevestigingsmateriaal.
Hoe je een schuin dak aan de binnenkant isoleert: stap voor stap
Voordat je begint, meet je de afstand tussen de dakspanten op. Die is niet overal gelijk, dus meet op meerdere plekken. Zaag de platen iets breder dan de opening, zodat ze strak tussen de spanten klemmen zonder kieren.
- Meet de ruimte tussen de dakspanten nauwkeurig op.
- Zaag de isolatieplaten op maat. Snij ze iets breder voor een klempassende fit.
- Schuif of druk de platen stevig tussen de spanten. Kieren laten warmte ontsnappen en vochtproblemen ontstaan.
- Controleer of de dampremmende folie (aan de warme kant, dus de binnenzijde) volledig aansluit en geen gaten heeft. Tape de naden af met dampremmerband.
- Bevestig daarna de afwerklaag, bijvoorbeeld gipsplaat of houten beschot, over de isolatie heen.
Let op de ventilatieruimte. Tussen de isolatie en de dakbedekking moet een ventilatiespouw van minimaal 2 centimeter vrij blijven. Zonder die spouw kan vocht ophopen onder de dakpannen, wat op termijn tot houtrot leidt. Vul de ruimte tussen de spanten dus nooit helemaal op met isolatiemateriaal als er geen ventilatie over de buitenzijde mogelijk is.
Hoe dik moet de isolatie zijn?
De dikte die je nodig hebt, hangt af van de isolatiewaarde die je wilt behalen. Voor dakisolatie wordt een Rc-waarde van minimaal 6,0 m²K/W aanbevolen voor nieuwbouw. Bij bestaande woningen is een Rc van 3,5 of hoger al een flinke verbetering. Een PIR-plaat van 10 centimeter dik haalt doorgaans een Rc van ongeveer 4,5. Wil je hogere waarden, dan combineer je soms een laag tussen de spanten met een tweede laag eronder.
Houd er rekening mee dat de dakspanten zelf niet isoleren. Ze geleiden juist warmte, waardoor je langs de spanten altijd wat verlies hebt. Dat heet een koudebrugeffect. Een tweede isolatielaag die dwars over de spanten heen loopt, pakt dat probleem aan.
Valkuilen bij binnenisolatie van het dak
De grootste fout is een slecht aangebrachte of ontbrekende dampremmende folie. Warme, vochtige binnenlucht trekt naar buiten toe en als die lucht afkoelt in de isolatie, slaat het vocht neer. Dat beschadigt de isolatie en de dakconstructie. Werk daarom altijd met folie aan de warme zijde en tape alle overlappen en doorgangen (voor kabels of steunen) goed af.
Een andere valkuil is te weinig ruimte laten voor de ventilatiespouw. Check dit vooraf door de dikte van je spanten te meten en de juiste plaatdikte te kiezen. Kies liever een iets dunnere plaat die de spouw vrijlaat dan eentje die hem dichtdruk.
Isoleren aan de binnenkant van het dak gaat ook altijd ten koste van een stukje plafondhoogte. Reken voor een PIR-plaat van 10 centimeter plus afwerking op zo’n 12 à 15 centimeter die je verliest. In een lage zolderruimte kan dat merkbaar zijn.
Heb je een plat dak? Dan werkt de aanpak anders dan bij een schuin dak. Plat dak isoleren van binnenuit is technisch ingewikkelder en vaker minder aan te raden dan isoleren via de buitenzijde. Betrek bij twijfel altijd een dakspecialist of bouwkundige voordat je begint.


